Keuze en vertaling van Robert Stallaerts

KREATIEF
September 2001

HEDENDAAGSE ZUIDSLAVISCHE LITERATUUR
EEN OORLOG VOORBIJ.


Inleiding

In deze bundel brengen we een keuze uit de literaire productie van het gebied dat vroeger Joegoslavië of Zuidslavië werd genoemd. Sommige auteurs uit deze bundel zullen zich nog met dit etiket kunnen verzoenen, anderen staan er wellicht vrij onverschillig tegen, maar er zijn er ook stellig bij die nu nog enkel tot bijvoorbeeld de Servische of Kroatische literatuur willen behoren. Ook is het niet altijd duidelijk of de schrijvers dit uit volle innerlijke overtuiging wensen, dan wel of hun literaire of politieke omgeving dit (nog steeds) vereist.
Zeker is wel dat de meeste hier voorgestelde schrijvers een confrontatie - in positieve zin dan - met het Europese lezerspubliek verlangen en zich meestal ook Europeaan voelen. Dit geldt dan zeker in de eerste plaats voor de 'Muslim' Bosniër en criticus Enes Durakoviæ, maar het wordt ook expliciet gethematiseerd in de tekst van Lada Kaštelan. Van Dubravka Ugrešiæ is trouwens al langer bekend dat zij wereldburger is, deels uit overtuiging, deels wellicht uit bittere noodzaak. Sommige van de hier voorgestelde teksten werden overigens geschreven naar aanleiding van de 'Literatuurexpres 2000' , een project dat per definitie het uitzwermen over Europa meer dan symboliseerde.
Uit de teksten blijkt dat de oorlog niet langer het obsederende thema is dat veel schrijvers uit het gebied (en nog meer pseudo-schrijvers) in zijn greep hield. Tot voor kort was meer dan één 'literaire tekst' al te schatplichtig aan puur ideologisch dienstbetoon. Ook 'directe lyrische ontboezemingen' lagen goed in de markt en het dagboek groeide uit tot een 'uitgelezen' genre. Nu staat het protest tegen de unidimensionele homogenisering eindelijk terug op de agenda, zeker van de hoger genoemde Durakoviæ uit Sarajevo, maar ook van vele anderen. Durakoviæ beklemtoont bovendien terecht dat niet in de eerste plaats ethische maar esthetische criteria de waarde van een literair product moeten bepalen. Wat ons betreft voldoet het merendeel van het hedendaagse Zuidslavische productie vandaag meer dan behoorlijk aan deze eis. De bedoeling van deze bundel is dan ook de lezer hiervan te overtuigen.
Toch moet er minstens één uitzondering gemaakt worden op de stelling verdedigd in de vorige paragraaf dat de oorlog niet langer het eerste en overheersende thema vormt in de Zuidslavische literatuur. Het toneel (en wellicht ook de film) kan zich blijkbaar moeilijker aan het oorlogstrauma onttrekken. Het Joegoslavische en zeker het Bosnische drama teert - naast kluchtige komedies - al traditioneel heel sterk op historische thema's. De directe confrontatie met het publiek in een publieke ruimte maakt het wellicht bovendien moeilijker aan de oorlog voorbij te gaan. Getuige daarvan het successtuk van Alir Imšireviæ..
De krachtlijnen in de hedendaagse literaire productie in het Sloveense, Serbokroatische en Makedonische taalgebied zijn in het algemeen gelijklopend, maar vertonen toch enige accentverschillen. Daarop wordt ingegaan in de afzonderlijke inleidingen. In tegenstelling tot een vorige bijdrage in Kreatief (1997, 3-4) die toch nog meer expliciet de staatkundige indeling van Joegoslavië weerspiegelde, wordt hier echter de poëzie uit de vroegere autonome gebieden Vojvodina en Kosov@ (Kosovo/Kosova) niet meer voorgesteld. Deze vereisen nu eenmaal een eigen benadering die om redenen van praktische taalkennis voor ons niet haalbaar was. Over Kosov@ verscheen overigens nog maar pas een bundel lyriek van de hand van Koen Stassijns met vertalingen uit het Albanees.
In deze kleine anthologie beperken we ons niet meer tot de poëzie. Meerdere genres komen aan bod: poëzie, songs, kortverhalen, uitreksels uit romans, theater, kritieken. In principe werden ze allen aangeboden voor publicatie na begin 1995, toen het Dayton Akkoord in Parijs werd geratificeerd en de oorlog in Bosnië in principe begraven. Voor Slovenië eindigde het oorlogshoofdstuk al in 1991, en Makedonië bleef tenminste in de eerste fase nog gespaard van gewelddadige conflicten. Zoals de samensteller van een anthologie voor het Chinese publiek, de Servische Professor Dušan Pajin terecht opmerkt volgt de evolutie van de literatuur in Zuidslavië getrouw de periodiciteit van de oorlogen in de regio. We volgen ook zijn aanpak in het opnemen van enkele literaire producten uit de emigratie.
Dit project vindt gedeeltelijk zijn impuls in een reis naar Sarajevo en Mostar die we ondernamen in het kader van het Internationalisatieproject voor Bosnië-Hercegovina van de dienst van Prof. Verhaaren (Pediatrie UZ RUG). We zijn hem dankbaar voor de vrijheid die we daarbij konden genieten om de 'problemen' van ex-Joegoslavië niet enkel vanuit eng-professioneel perspectief maar in een ruime culturele context te benaderen.


1. De Sloveense hedendaagse literatuur.

Ook voor de oorlogen rond het uiteenvallen van Joegoslavië sloot de Sloveense literatuur het nauwst aan bij de westerse tendensen. Individuele dichters bouwden hun oeuvre uit in nauw contact met de Duitse en Engelstalige literatuur.
Na een beperkte oorlog van tien dagen veroverde Slovenië in 1991 zijn onafhankelijkheid. De individualistische tendensen in Sloveense literatuur lijken vandaag nog versterkt. In een essay verdedigt Aleš Debeljak de stelling dat de dichter alle ambities moet afleggen om nog sturend tussen te komen in het maatschappelijke debat. Het is futiel nog langer humanistische waarden - lang het ideaal en paradepaardje van bijvoorbeeld de vooruitstrevende ex-Joegoslavische Praxisgroep - als intellectueel en schrijver uit te dragen. De dichter moet zich enkel concentreren op zijn persoonlijke bijdrage vanuit zijn individuele beleving.
De terugval op de beleving van de strikt persoonlijke leefwereld blijkt zich inderdaad voluit door te zetten in de Sloveense literaire productie. Tevens laten een aantal kunstenaars zich drijven op de stroom van de bloeiende Sloveense underground cultuur. Daarnaast zetten toch een aantal gevestigde waarden hun eigen literaire exploratie verder. De hier geselecteerde teksten illustreren slechts de eerste twee tendensen.
Auteurs- en publicatiegegevens vindt de lezer achteraan in deze bundel .


ESAD BABAÈIÆ

Wat een gedicht nodig heeft

Lucht.
Veel lucht.
En een plaats.
En op die plaats
Een man
Die bij het vuur zit
En zijn handen warmt.


De leugendichter


Wanneer je nu denkt dat je me gevat hebt
ben ik ver weg.
Mijn nederigheid is schijnbaar.
I hecht me vast aan je rug
Al heb je die ogen niet nodig.
Ik maak je in me zwart.
Ik lach en verberg de waarheid.
Ik help je te vluchten
in je verloren velden
Je moet het toegeven: je hebt me nodig
en meer nog: je bent gek op me.
Daarom heb je er niets op tegen
Dat ik je wonden openrijt.
Je vereert en verafgoodt me,
Dat is mijn roeping.
Het verborgene…
wat je niet weet
wat je niet ziet.
Vraag me nu niets meer
Over mijn werk.


VLADO KRESLIN

Op de plaats die ik inneem


Wat een nacht
Toen ik bij de ooievaars sliep
Onder de dichte mist
De voeten op het water

Toen de eerste stralen het duister doorpriemden
Ontwaak ik uit mijn droom
Een moeras van onbevangen wensen
Trok hoog op in de hemel

Op de plaats die ik inneem
Bloeien de bloemen
Welke huid ruikt dan beter
Welk gedicht erft mijn stem?

Als het gras op me
Een bloem of twee baart
Schenk ik de één een traan
De ander de honing

Op de plaats die ik inneem
Bloeien de bloemen
Welke huid ruikt dan beter
Welk gedicht erft mijn stem?


De raven.

Raven hokken graag samen
Vijf op een rij
Het geweer gaat af
Een valt eraf
Vertel mij,
Hoeveel zitten er op een rij?

De jagers hokken graag samen
Vijf op een stoel op een rij
De wind waait
De stoel draait
Vertel mij,
Hoeveel zitten er op een rij?

Raad je het niet, vraag het de uil
Die slaapt zich zelden een buil!

Een raaf pikt een raaf niet in de ogen.
Een jager kan daar niet op bogen!

Nu zijn zelfs de wolven vriendelijk
Zij bijten ZACHTJES de schapen tot een lijk
De herten zijn traag
De slakken gestaag
In de zon zitten de marmotten
Voor hun grijze grotten
De kloeke klokken tikken
Terwijl de wijzers het vertikken
Vertel mij,
Hoeveel zitten er op een rij!

Het meisje uit Baltinci

De galei voer op de zee
Het meisje uit Baltinci nam ze mee

Waarmee voer je de meeuwen?
Met mijn vlees voer ik de meeuwen!

Waarmee laaf je de leeuwen?
Met mijn bloed laaf ik de leeuwen!

Zij danste in het rond terwijl de band van Rado speelde
Zij danste en zij kweelde
Het meisje uit Baltinci
Zij danste en zij kweelde
Terwijl de band van Rado speelde!


MIHA MAZZINI

De Zamzak en Noë

Noë deed wat God hem beval: hij bouwde een ark, nam zijn familie aan boord en twee specimen, één mannelijk en één vrouwelijk, van elke diersoort op Aarde om haar te bewaren. De ark lag op de top van de berg, klaar om te vertrekken. Noë leunde uit het venster en zag de eerste regendruppels vallen. Toen opeens verscheen een zamzak en hij klopte op de ark: "Laat me erin, laat me erin".
Verstoord vroeg Noë waarom hij zo laat was. De zamzak begon zich te verontschuldigen en uit de leggen dat hij niet van de oproep om in te schepen had gehoord. En tegelijkertijd begon hij te bidden en te smeken hem toch binnen te laten.
Het begon al meer te regenen. Noë begon uitvluchten te zoeken dat hij nu niet meer de deur van de ark kon openen, want ze was ingesmeerd met pek, dat de ark vol was en dat er geen plaats meer te vinden was, dat de zamzak te laat kwam en zo verder. De zamzak zeurde en zeurde en probeerde Noë om te praten. Noë antwoordde:
"Kijk nu eens aan. Alle dieren op de ark zijn met twee. Jij bent alleen. Ook als ik je binnenlaat red ik je leven, maar niet van je soort. En wat betekent het leven van een individu tegenover dat van een soort?"
De zamzak reageerde:
"Je hebt gelijk. Maar wie ben jij om een oordeel te vellen over hoeveel mijn leven waard is?
Hoeveel ik als enkeling waard ben? Niemand van ons kan daarover oordelen. Wees grootmoedig en mild, open de deur en red een leven."
Noë begon hierover hard na te denken. Hij zweeg - de zamzak lag al te spartelen in het water - en dan richtte hij zijn blik naar de hemel, naar God, die op een wolk zit en kijkt naar de zondvloed en Noe wenste dat hij godgelijk was. Dat hij kon oordelen en vernietigen.
Hij keek naar de zamzak in het water , roept hem toe 'Stik' en met een brede en besliste beweging - zoals alleen God het vermag - sluit hij het venster.



NOVICA NOVAKOVIÆ

Angel Fall

Ik droom over jou, Angel Fall, ik droom over je
ontelbare druppels, die over mijn huid rollen
En mijn haar langs mijn hoofd doen kleven
Ik zie je ruisen en razen, je verschrikkelijke
onuitspreekbare val, en ik wens
ik wens hartstochtelijk dat ik aan je voeten mag staan
dat ik mezelf van je hoogten werp
vlieg als een vogel en een neerdaal
in je verblindende diepten, zodat ik als een brug
je toppen verbind
als de val mij verbrijzelt in duizend scherven
en mij God weet waar achterlaten
misschien wel in het Mesozoicum
misschien in het sterrenbeeld van Perseus
of in een wilde vijgenboom
misschien ontstaat een nieuw meer in Finland
in Patagonië waait een nieuwe harde wind
of ik zou blijven hangen in het luchtruim
in je nabijheid, Angel Fall,
doordringend geuren als de mimosa,
als de klank van een trompet
die je gezang zou begeleiden
stil, O Angel Fall



ALEŠ ŠTEGER

De weerman zal het niet vertellen

De weerman zal het niet vertellen
Dat sneeuw de bossen overdekt
Dat leert ons enkel het sprankelend vuur in de kachel;
Ik omarmde de schors
Toen de beuken nog recht stonden
Gehakt en gezaagd, in blokken gejaagd -
En voor de laatste keer trachtte je me
Tussen je benen te krijgen
In de wonde
Die wenend gaapt tussen je benen
Je vermoedde dat ik instemde
Met het vellen. De hand volgde de pook
In de kachel en het vuur, de ijzeren haak
Laat geen sporen na
In de vlammenzee.
Jij en ik: iedere aanraking stokt voor altijd
In de palm van de hand. Het duurde jaren
Voor ik je definitief platbrandde. Tot de dag van vandaag
Toen het midden in het huis sneeuwde.
En niemand, ook de heer niet
Die verlegen klungelt voor de cyclonen van een weerkaart
Kan je vertellen
Dat midden in de winter
Ik je bestrijk met brandwonden.


Ik spreek over insecten

Ik spreek over insecten
Die onder de dronken zon vliegen
Neerdalen op ons en ons bloed drinken.
Je zakt tot je enkels weg in het slijk
En je toont me hoe je een val opstelt
Op de zachte aarde onder de bladeren van de sla
Je neemt een mes en sneed de appel in twee.
De ene helft kreeg ik
De andere, dodelijk aas, plaats je in de val
Niemand zal mijn werk verstoren,
Mompel je, naief en ingoed
En je zag toe hoe en wat je ving.
Abstract en geborgen in mijn schedel
Mikten de jaren op me en vermoordden me steeds weer
Toen ik dacht dat ik
Verliefd of geliefd was.
Je zuster bracht me in het eerste leerjaar
De vormen van de letters en de namen van de bloemen bij
Ingewikkelde en onverstaanbare begrippen
Als Technologie, Geschiedenis, God.
Ondertussen opende men in mijn buurt
Een slachterij. In de recordtijd van 36 seconden
Werd een rund vakkundig
Gedood, gehangen, uitgebeend en versneden
Mama,
De laatste tijd weet ik niet meer hoe het met me gaat
Ik ga vroeg slapen,
En als ik inslaap begin ik te lopen,
Altijd verder te lopen, ik weet niet waarheen
Ik weet niet naar wie, naar wat
Ik blijf alleen maar lopen
Tot ik ontwaak
Door het zoemen van de muggen in de ochtend
En ik weet dat ik hen moet vangen
Dat ik hen moet doden